Nuenense mutsen terug in Vincentre

13-11-2018

2018-11-12 13.47.26.jpgOp maandag 12 november namen nazaten van de geportretteerde vrouwen Gordina en Cornelia de Groot uit Van Gogh's Meesterwerk 'De aardappeleters' twee bijzondere Brabantse mutsen in ontvangst in Museum Vincentre in Nuenen. Het betreft een zogeheten hekkegat muts en gazen muts uit de periode dat Vincent van Gogh in Nuenen werkte. Ans van den Bosch-Dillen, verzamelaar en restaurateur van Brabantse poffers en mutsen, schenkt de objecten.
In Vincentre wordt de zeer productieve periode van Vincent van Gogh verhalend in beeld gebracht. Daarbij is de film over de totstandkoming van Van Gogh's eerste Meesterwerk 'De aardappeleters' een hoogtepunt. In dit schilderij draagt Gordina de Groot een Gazen Muts en Cornelia de Groot (haar moeder) een muts met het hekkegat. Met deze bijzondere mutsen in de collectie van het museum komt de Van Gogh historie nóg beter tot leven.
De mutsendracht werd behalve in Nuenen, ook in de directe omgeving gedragen. Of Gordina en Cornelia daadwerkelijk de dragers waren van de geschonken mutsen, kan niet worden vastgesteld. Gezien de leeftijd en de regionale herkomst van de mutsen is wel bekend dat zij in deze omgeving werden gedragen.

Muts met Hekkegat (rond 1884)
Deze muts werd voor de pofferdracht alleen door de oudere vrouwen gedragen. De muts bestaat uit een katoenen genopte bol. De gezichtsstrook werd toen nog met een plooiplankje en een gekartelde roller ingeplooid. Deze was van grof katoen geweven gaas met aansluitend een korte afhangende gesteven sluier, onderbroken met het zogenaamde 'hekkegat'. Ans verklaart dat dit zijn naam te danken heeft aan de hoge lugusterhaag met een kruipgat naar de buren toe.
Onder de witte muts werd altijd een passend zwart mutsje gedragen voor bescherming van de kostbare witte muts. Het had daarnaast nog een beschermende functie; de haren werden zelden gewassen. De zwarte muts werd eigenlijk altijd gedragen, zonder de witte muts, zowel binnen als buiten tijdens het werken op bijvoorbeeld de akker. Dit zwarte authentieke mutsje is totaal verkleurd door de zon en toont de armoe van die tijd. De witte mutsen waren in die tijd echt een zondagse dracht.

Gazen Muts (gedragen tot in de jaren 1920)
Dit model is een vervolg van de muts met het hekkegat en werden gedragen door jongere vrouwen, een moderner model. De genopte bol en de geplooide voorstrook zijn hetzelfde als bij de hekkegat muts, maar de afhangende sluier is langer. Deze doorlopende sluier is tot in de laatste decennia van de mutsendracht gebleven. Ook in de latere tule en alledaagse mutsen.
Onder deze gazen muts is een replica vervaardigd van het zwarte ondermutsje. In de praktijk was het zeldzaam dat het authentieke zwarte ondermutsje nog aanwezig was, deze waren meestal volkomen versleten door het eindeloos lange dragen.
De geschonken gazen muts is door Ans gereinigd en opnieuw opgemaakt naar oude norm.